Dag 21
17 november 2024 - Battambang, Cambodja
Vanmorgen uitgeslapen en pas om 09.30 uur op pad. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt, maar het gaat (fluisterend) wel weer. We worden eerst terug naar de kamer gejaagd om paraplu-s te halen want het gaat regenen. Nou, wij noemen in Nederland die drie druppels geen regen. Met de bus naar 2 pagodes en één markt. Markt bezoeken hoeft eigenlijk helemaal niet meer, want als je het goed bekijkt is heel Cambodja, overigens net als Vietnam, één grote markt. Iedereen stalt uit op de stoep of straat en verkoopt wel iets. Maar,... deze was bijzonder, dat moet gezegd. De eerste pagode was de Wat Slaket (1977), waar we zien hoe hier in Cambodja de monniken leven. Het zijn meestal weeskinderen van tussen de 8 en de 18 jaar (soms ook al jonger) of jongens waarvoor door geldgebrek thuis geen plaats is. Meisjes zitten er niet, die kunnen geen monnik worden en zitten in een soort van internaten in de steden. De kinderen kunnen zelf kiezen of ze na hun monnik-opleiding naar buiten gaan of voor het leven monnik willen worden. Ze mogen niet met meisjes/vrouwen in aanraking komen en doen ze dat wel dan eindigt direct hun monnik schap. Trouwen is er dus niet bij. De tweede pagode die we bezoeken is de Wat Ek Phnom en hoewel anders van aanleg en jonger dan de vorige (1988) is deze ook nog gebouwd bij de ruïnes van de 2e boeddhistische pagode van Cambodja. Wat ik gisteren al zei blijft voor mij overeind; deze bouwstijlen vind ik veel interessanter dan die van de tempels in Vietnam. Heeft er misschien ook wel mee te maken dat ik het boeddhisme wel omarm als leefstijl. Het is immers geen geloof. Tussen deze 2 pagodes in was de markt. Op deze markt wordt door de bewoners van het dorp Prahoc gemaakt. Prahoc is gefermenteerde vispasta. We werden door onze gids al gewaarschuwd: "er zit een luchtje aan" en dat klopt! Wauuw en wat voor een! Stel je zweetsokken voor die 3 weken achtereen gedragen zijn en waar vervolgens overheen is gekotst en rotte eieren van 'n maand bij zijn gegooid en dat laat je nog eens 3 weken liggen in een gesloten plastic tas. Nou zoiets, maar dan erger! De vissen liggen in stukken op hopen totdat ze gereed zijn om gepekeld en doorheen geroerd te worden en gaan dan in plastic of houten bakken. Die worden afgedekt met oude zakken, daar gaan enkele stenen bovenop om te zorgen dat de zakken niet wegwaaien en dat laat je dan gewoon 2 maanden staan en "hup" de Prahoc is klaar. Cambodjanen nemen dit vaak in plaats van vissaus bij gerechten. Wij trouwens niet, al verwacht ik niet echt dat ik dat moet toelichten. Toen we bij de markt uit de bus stapten, heb ik eerst op een afstand 5 minuten staan acclimatiseren en heb het toen pas gewaagd om de markt op te lopen. Wat wel is: het stinkt alsof je partner een vieze scheet heeft gelaten, maar ook daarvan zeg je na 5 minuten, het gaat wel. Terug bij het hotel zijn we even gaan luchten en lunchen. Om 15.00 uur vertrekken we naar de "moordgrot". Nogal 'n tamelijk lugubere naam, maar ook hier heeft het regime van Pol Pot's Rode Khmer zo'n 20.000 mensen bruut om het leven gebracht en om er vanaf te komen, ze gewoon in een diepe grot gegooid. Ook hier liggen de stille getuigen in de vorm van schedels en beenderen opgestapeld. Ik ben geen pacifist en ik zie de noodzaak van een leger, maar wat hier het doel van moet zijn geweest ontgaat mij helemaal. Op het hoogste punt van de berg bevinden zich ook nog wat apen die heel goed schijnen te weten dat er toeristen zijn, maar ik ben er voor het uitzicht. Corry niet. Wij hebben deze berg waarop de moordgrot zich bevindt te voet bewandeld (ook afgedaald) en als we weer beneden aankomen moeten we nog even wachten voordat het voor de vleermuizen in een andere grot in deze berg tijd is om uit te vliegen. Dat wachten is geen probleem; onze gids heeft stoeltjes recht tegenover de ingang van de grot geregeld en onder het genot van "'n kouwe klutser" doden we de tijd. Het lijkt hier de schouwburg wel. Om 17.33 uur is het zover. Honderdduizenden vleermuizen vliegen de grot uit in een permanente stroom die zo'n 10 minuten aanhoudt. Als er iedere seconde 1000 uitvliegen (en dat doen ze zeker wel!) dan kun je uittellen hoeveel beestjes er naar buiten komen. Het is een schitterend gezicht om te zien, maar als minpuntje wil ik toch ook even belichten dat vele beestjes die recht over ons vliegen ook nog wat ontlasting laten vallen. Het drupt regelmatig op je hoofd of arm. Maar daarvoor hebben ze in het hotel iedere kamer voorzien van een douche, dus komt ook dat wel weer goed. Hierna rijden we terug naar het hotel, waar ik nog assisteer met het renoveren van een kofferslot (buren) en om 19.30 uur hebben we een afspraak voor het diner. Als dat niet slechter wordt dan de lunch, teken ik er weer voor.


Heel smakelijk geschreven, Pierre, je ruikt de penetrante vislucht bijna hier..